Intro

Het lichaam van Karl is ter beschikking gesteld aan de wetenschap. Apenheul had Karl, samen met Radjah en Sylvia, in 1999 te leen gekregen van Diergaarde Blijdorp.

Lees meer

Al eerder waren Apenheul en Blijdorp overeengekomen dat Karl na zijn dood door de veterinaire pathologen van de Vakgroep Bijzondere Dieren van de Universiteit van Utrecht zou worden onderzocht.

Museon

Enigszins afhankelijk van mogelijk vervolgonderzoek was Apenheul er mee akkoord gegaan dat Karl daarna zou worden overgedragen aan het Museon, een museum in Den Haag. Zowel Apenheul als Blijdorp kennen het Museon als een goede educatieve instelling. Het Museon zal Karl opnemen in de collectie. Het is mogelijk dat zij hem gaan prepareren.

Onderzoek

Zijn ruggengraat wordt momenteel bestudeerd door humane specialisten die geïnteresseerd zijn in de ontwikkeling van ruggengraat-afwijkingen in mensen. En Karl’s hersenen worden gedoneerd aan de Primate Brain Bank in Utrecht, waar vergelijkend onderzoek naar de hersenen van mensen en primaten wordt gedaan.