Home Apen-ABC Alaotra bamboemaki

Uiterlijk

Alaotra bamboemaki’s zijn halfapen. Je herkent ze aan hun spitse snuit, met een natte neuspunt. En hun grote ogen staan recht naar voren. Bamboemaki’s hebben een bruine, wollige vacht. Ze hebben geurklieren op hun onderarmen, bij hun oksels en bij hun anus. Via deze klieren laten ze geuren achter op  takken en bomen in hun gebied. Zo maken ze andere dieren bijvoorbeeld duidelijk wat hun territorium is.

Leefgebied  

Alaotra bamboemaki’s leven in het wild op het Afrikaanse eiland Madagaskar. Dit is de enige plek ter wereld waar ze voorkomen. De bamboemaki’s leven in moerassen, rietvelden en papyrusvelden bij het Alaotrameer (het grootste meer van Madagaskar).

Leefwijze

Bamboemaki’s leven in kleine familiegroepen. In zo’n groepje leven een volwassen man en vrouw samen met hun kinderen. En net zoals bij de meeste andere halfapen, zijn de vrouwen de baas. Zij hebben bijvoorbeeld als eerste recht op de lekkerste hapjes. De mannen hebben een stuk minder te vertellen.

Gedrag

Bamboemaki’s communiceren op verschillende manieren met elkaar. Ze gebruiken bijvoorbeeld  geuren om elkaar duidelijk te maken wat hun gebied is. Maar ze communiceren ook met geluiden. Door zachtjes naar elkaar te grommen, zorgen ze voor samenhang in de groep. Dreigt er gevaar? Dan laten ze een alarmroep horen. Heel hard en krachtig roepen ze dan iets wat klinkt als ‘creeee’. Bamboemaki’s onderhouden hun sociale contacten door elkaar te vlooien. Dit doen ze met hun tanden, die een soort kammetje vormen.

Voortplanting

Vrouwtjes kunnen kinderen krijgen als ze ongeveer 2 jaar oud zijn. De jongen worden met een grijze vacht geboren. De eerste twee weken heeft het kleintje alle hulp van de moeder nodig. Pas daarna wordt het jong zelfstandiger. Aks bamboemaki’s jongen krijgen, veranderen ze in echte pitbulls, die hun kleintjes goed beschermen. Als mannetjes ongeveer 3 jaar zijn, verlaten ze de groep waar ze zijn geboren. Vrouwtjes doen dat al iets eerder: als ze ongeveer 2 jaar zijn. Ze gaan dan op zoek naar een ander mannetje of vrouwtje om een eigen familie mee te stichten.

Situatie in het wild

Het gaat niet goed met de baboemaki’s in het wild. Ze worden kritiek bedreigd. Dit komt doordat hun leefgebied verdwijnt. De lokale bevolking op Madagaskar is heel arm. Zij verbranden de papyrusvelden waar de bamboemaki’s leven, om er bijvoorbeeld rijst te verbouwen.

In Apenheul

Er zijn verschillende (onder)soorten bamboemaki’s. De soort die je in Apenheul kan bewonderen, zie je niet zo vaak. In heel Europa zijn er maar zo’n 55 van deze bamboemaki’s in dierentuinen te bewonderen! De bamboemaki’s in Apenheul delen hun verblijf met een andere halfapensoort, de kroonsifaka’s.

Fokprogramma

Apenheul is onderdeel van een Europees fokprogramma voor Alaotra bamboemaki’s. Door samen te werken met andere dierentuinen, houden we een reservepopulatie bamboemaki’s in dierentuinen in stand.

Leuke weetjes

  • Vanwege hun naam denk je misschien dat ze ook bamboe eten. Toch is dat in het wild niet zo. Er groeit namelijk geen bamboe meer langs het Alaotrameer. In het wild eten de bamboemaki’s vooral riet en papyrus. In Apenheul staat bamboe wél op hun menu.
  • Een grappig gezicht: bamboemaki-moeders dragen hun kleintjes de eerste weken in hun mond als ze het willen oppakken of verplaatsen.